In een interview: Teresa Bernheim, deskundige op het gebied van chemicaliënbeleid, GF COM.
“REACH wordt steeds strenger”
Meer veiligheid voor mens en milieu, uniforme regels op de binnenmarkt en een sterke Europese chemische industrie: Dat waren de aanvankelijke doelstellingen van de EU-chemicaliënverordening REACH 20 jaar geleden. Tegenwoordig rijst de vraag: aan welke verwachtingen werd voldaan – en waar blijft REACH achter bij de eigen ambities?
Hoe ontstond REACH eigenlijk?
Teresa Bernheim: De start van deze EU-chemicaliënverordening werd gekenmerkt door grote onzekerheid. Ondernemingen moesten voor het eerst hun chemische stoffen registreren, omvangrijke gegevens verzamelen en daarbij met concurrenten overleggen – volgens het principe ‘One substance, one registration’. Dat heeft weliswaar dubbele dierproeven gereduceerd, maar ook tot conflicten geleid, bijvoorbeeld bij de kostenverdeling voor dure onderzoeken. Tegelijkertijd was de verordening ook volledig nieuw voor de overheden. Er ontstond een pragmatische ‘learning by doing’-fase met nauwe uitwisseling tussen industrie en bestuur.
En hoe is het nu?
Tegenwoordig is REACH aanzienlijk strenger en complexer. De eisen aan gegevens en beoordelingen zijn gestegen en veel regelingen werden in de loop van de tijd exact vastgelegd of verscherpt. Tegelijkertijd is de focus van de regulering veranderd: in plaats van afzonderlijke stoffen geïsoleerd te bekijken, worden in toenemende mate hele stofgroepen aangesproken. Een actueel voorbeeld zijn PFAS, een grote groep extreem duurzame chemicaliën die zich ophopen in het milieu en in organismen. Dat laat zien hoe dynamisch REACH zich heeft ontwikkeld – van een nieuwe regelgeving tot een centraal, voortdurend doorontwikkeld controle-instrument voor chemicaliënbeleid.
Welke producten betrof dit en hoe hebben we gereageerd?
REACH betreft in principe alle stoffen die LANXESS in relevante hoeveelheden in de EU op de markt brengt – geheel volgens het principe ‘no data, no market’. Zonder toereikende gegevens en registratie is verkoop niet mogelijk. De invloed van de regulering op het productportfolio is dan ook groot. Bijzonder duidelijk is dat bij stoffen die als gevaarlijk worden geclassificeerd. Zo heeft LANXESS de brandwerende middelen HBCD volledig uit het assortiment genomen, omdat ze als milieu- en gezondheidsbedreigend worden beschouwd. Tegelijkertijd werd met Emerald Innovation® 3000 een alternatief ontwikkeld dat dezelfde functie vervult, maar een verbeterd duurzaamheidsprofiel vertoont.
Een ander voorbeeld zijn ftalaat-weekmakers zoals DBP en DIBP. Nadat deze als bijzonder zorgwekkend waren geclassificeerd, heeft LANXESS de productie consequent stopgezet. Hierbij ging het niet om vervanging binnen het eigen portfolio, maar om een duidelijke uitfasering.
Ontwikkelt LANXESS alternatieven?
In elk geval. Wij vertrouwen sterk op gerichte substitutie. Het bandenadditief 6PPD wordt momenteel kritisch bekeken, onder andere vanwege mogelijke milieueffecten. Met Vulkanox® 4060 werd in een vroeg stadium een alternatief ontwikkeld dat een beter gevarenprofiel laat zien.
Deze voorbeelden tonen het basisprincipe: LANXESS beoordeelt gevaarlijke stoffen systematisch en beslist dan of ze worden vervangen, veiliger worden vormgegeven of stapsgewijs uit het portfolio worden genomen – ook met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de regelgeving.
Hoe gaat het verder?
Een fundamentele herziening van REACH is op dit moment niet gepland. In plaats daarvan ontwikkelt de EU de bestaande regelgeving doelgericht verder, vooral via aanpassingen van de zogenaamde technische bijlagen. In deze bijlagen is gedetailleerd vastgelegd welke gegevens bedrijven moeten leveren en hoe stoffen moeten worden gecontroleerd en geëvalueerd. Als deze vereisten worden gewijzigd, heeft het directe invloed op de praktijk. Ondernemingen moeten bijvoorbeeld aanvullende onderzoeken uitvoeren of nieuwe informatie over milieu- en gezondheidseffecten verstrekken – ook al blijft de eigenlijke tekst van de wet ongewijzigd.
Zijn de specificaties veranderd?
Inhoudelijk is te verwachten dat de regelgevende druk eerder toeneemt. Autoriteiten werken voortdurend aan nieuwe beperkingen en de trend naar regulering van alle stofgroepen versterkt deze ontwikkeling nog eens. Voor ondernemingen betekent dit dat dat ze hun stoffen voortdurend controleren, registraties up-to-date houden en vroegtijdig aan alternatieven werken.
Een bijzonder kritisch punt daarbij is de concurrentie. Europese ondernemingen investeren veel tijd en geld om te voldoen aan de strenge REACH-normen. Tegelijkertijd komen er nog steeds geïmporteerde producten op de EU-markt die niet aan deze eisen voldoen en soms zelfs verboden chemicaliën bevatten. Omdat deze producten vaak goedkoper zijn, ontstaat er een duidelijk concurrentienadeel voor fabrikanten die zich houden aan de regels, wat het risico voor consumenten én milieu vergroot. Dienovereenkomstig neemt de druk toe om importen aanzienlijk scherper te controleren.